luistertracks
25 October 2010
By on 14:25
Concerten

zaterdag
30 oktober
Otterlo

Hervormde Kerk
20:00 uur
Interkerkelijk koor Immanuxebl olv Gerwin van der Plaats
Egbert Juffer: Bariton
Evelien Dolman: Dwarsfluit

================================

woensdag
3 november
Rotterdam Ahoy

10:00 – 17:00 uur
Beurs Expo
Egbert Juffer: Bariton
Evelien Dolman: Dwarsfluit
Informatie: www.cmshop.nl

===============================

donderdag
4 november
Rotterdam Ahoy

10:00 – 17:00 uur
Beurs Expo
Egbert Juffer: Bariton
Evelien Dolman: Dwarsfluit
Informatie: www.cmshop.nl
   
===============================

vrijdag
5 november
Rotterdam Ahoy

10:00 – 17:00 uur
Beurs Expo
Egbert Juffer: Bariton
Evelien Dolman: Dwarsfluit
Informatie: www.cmshop.nl
   
=============================

zaterdag   
6 november
Rotterdam Ahoy

10:00 – 17:00 uur
Beurs Expo
Egbert Juffer: Bariton
Evelien Dolman: Dwarsfluit
Informatie: www.cmshop.nl
   
============================

Vrijdag
10 december
Amersfoort
Sint Ansfrieduskerk

20:00 uur
Concert voldaan vrouwenkoor Euterpe “
klaas pasterkamp: Bariton
Evelien Dolman: Dwarsfluit
Algehele Leiding: Gerwin van der Plaats

============================

Zaterdag
18 december
Oud-Beijerland

Herv. Kerk

19.30 uur
Chr.Gem. Koor Com nu met Sangh MMV
Chr. Jongerenkoor Oud Beijerland
olv Arjen Uitbeijerse;
Alex den Boer, orgel
Evelien Dolman: Dwarsfluit e.a.

=============================
2011
=============================

Woensdag
23 februari
Hardenberg
Evenementenhal

13:00 – 21:00 uur
Familiedag 2011
Evelien Dolman: Dwarsfluit
e.a.

Meer informatie:www.cmshop.nl

============================

?????
Donderdag
24 februari
Hardenberg
Evenementenhal

13:00 – 21:00
Familiedagen 2011
Evelien Dolman: Dwarsfluit
e.a.

Meer informatie: www.cmshop.nl

===============================

Vrijdag
25 februari
Hardenberg
Evenmentenhal

13:00 – 21:00
Familiedagen 2011
Evelien Dolman: Dwarsfluit
e.a.


Meer informatie: www.cmshop.nl

================================

 

 


By on 11:53
Welkom..

 BIOGRAFIE   

ALGEMEEN

Evelien is geboren op 8 april in IJsselstein. Op 5-jarige leeftijd werd de aandacht van de fluit al getrokken. Ze is begonnen met blokfluit les bij Corina Rietveld. Op 6-jarige leeftijd is zij over gegaan met het bespelen van de dwarsfluit. Sinds kort bespeeld Evelien ook de Panfluit. 

 DWARSFLUIT DOCENTEN
(> 2 jr. ) x96 Anita van Dam
(< 5 jr. ) x96 Ernie van Genen

(2007-….) x96 Marixeblle Hutten

REPERTOIRE

Evelien heeft alle muziekstijlen voor dwarsfluit doorlopen tijdens

haar lessen. Van de 17e (periode Bach/Mozart/pachelbell) t/m de 21ste eeuw.

Momenteel studeert ze verder aan de muziek uit de 17e eeuw. 180_concertmaassluis-3

KOORBEGELEIDING

Evelien is jong begonnen met het begeleiden van koren. Zo begeleidde ze op 9e jarige leeftijd het kinderkoor te IJsselstein Ook speelde ze enkele keren mee met het toenmalig Gemengd Christelijk Koor x93Maranathax94 te IJsselstein Daarna heeft zij diverse keren kinder- gemengde-en mannenkoren begeleid op dwarsfluit. Verder heeft zij deelgenomen aan het Driestarconcert in de St. Janskerk te Gouda waar zij als soliste haar medewerking verleende.

Naast alle concerten staat Evelien ook op diverse beurzen o.a. Wegwijs Jaarbeurs Utrecht, en deFamiliedagen Gorinchem/Hardenberg. Zij speelt op die beurzen voor de Christelijk muziek shop(www.cmshop.nl) dit is een christelijke webwinkel.

MUZIEKBUNDEL/CD
Voor de nieuwe muziekbundel bracht Evelien een aantal ideexebn naar voren, fragmenten die in de bewerkingen zijn verwerkt voor wat betreft de fluitpartij. Deze bewerkingen heeft ze op haar CD gespeeld! Kriston & Evelien Muisiceren in Bolsward..

OPLEIDINGEN
- VMBO (Driestar College – Gouda)
- MBO   (Hoornbeeck College x96 Rotterdam)

 

6 June 2008
By on 10:21
Contact met Evelien

 
Evelien Dolman,

Havenstraat 64

3401 DN IJsselstein ( Utrecht)

eveliendolman@hotmail.com


By on 08:47
CD / Bladmuziek

87_cdcoverkristonevelien-definitief

 

Afgelopen zomer heeft Evelien 

een CD opgenomen in Bolsward,

samen met Organist/pianist Kriston van Bemmel,

In de Martinikerk te Bolsward.

Op deze CD staan een aantal bewerkingen uit de muziekbundel Orgel & Fluit

Van x8014,95 voor x80 12,50

U Kunt hem hier bestellen!


================================================


75_KristonenEvelien1 bldm

 

 

 

 

 

Koraalbewerkingen voor Instrumentaal Orgel & Fluit

van x8014,95 voor x8012,50

U kunt hem hier bestellen


By on 07:50
de geschiedenis van de dwarsfluit!

Oudheid

Door de vondsten van zeer oude fluiten kwam men tot de conclusie, dat de fluit waarschijnlijk het eerste muziekinstrument van de mensheid was.
(Hoewel het mogelijk is dat andere instrumenten van vergankelijker materialen waren gebouwd en daardoor de tijden niet hebben getrotseerd)
Deze vondsten uit de ijstijd bestonden uit fluitjes gemaakt van rendierbeenderen.

Uit het Oude Steentijdperk (xb1 30000 jaar v.Chr.) zijn prehistorische fluiten gevonden, die gelijkenis vertonen met fluiten uit latere primitieve samenlevingen.

Uit het Nieuwe Steentijdperk (vanaf xb1 6000 jaar v.Chr.) werden door geheel Europa fluiten gevonden, gemaakt van been en klei (o.a. in Friese terpen).

De oudste Egyptische fluiten (xb1 3000 jaar v.Chr.) werden gevonden in een sarcofaag.

De oude beschavingen in het Midden Oosten kenden de fluiten in meerdere vormen, maar er blijkt een voorkeur voor trommels, lieren en rietinstrumenten te zijn geweest.

Uit de 2e eeuw v.Chr. is een Etruskische sarcofaag gevonden waarop een fluitspeler staat afgebeeld.

De dwarsfluit komt uit Azixeb en is via het Byzantijnse Rijk en Hongarije naar Duitsland gekomen. (Vandaar de benaming "Flxfbte Allemande")*
De oudst bekende afbeelding komt uit China (9e eeuw v.Chr.)

In 1962 ontdekte men in China (Jiahu in de provincie Henan)  benen fluiten  en   sinds xb1 1985 is men serieus met opgravingen bezig.
Er zijn fragmenten van zes vrijwel complete exemplaren naar boven gehaald.
Tenminste xe9xe9n fluit bleek nog bespeelbaar te zijn en is daarmee het oudste nog bespeelbare muziekinstrument met meer tonen.
Er is vastgesteld dat zij afkomstig zijn uit de periode van 7000 tot 5700 jaar v.Chr.(= het Nieuwe Steentijdperk).

————

* C.Sachs: Handbuch der Musikinstrumente (Leipzig 1930)

________________________
________________________

Middeleeuwen

In de Middeleeuwen was de instrumentale muziek in de kerk verboden, zodat er weinig over bekend is.

11e eeuw : Een Byzantijns handschrift toont een dwarsfluitspeler.
                    Van iets later dateert een fresco in de kathedraal van Kiev.
                    Hier komt naast andere muzikanten ook een dwarsfluitspeler voor.
12e eeuw : xb1 1160 – afbeelding van de dwarsfluit in "Hortus delicarium" van Herrad von Landsberg.
13e eeuw : afbeelding van fluit met 7 toongaten.
14e eeuw : Guillaume de Machaut (xb1 1300-1377) beschrijft:"dwarsfluiten en fluiten die men recht houdt" (blokfluiten).

De dwarsfluit uit de Middeleeuwen was gemaakt van hout, eendelig, xb1 60cm. lang, gestemd in D en cylindrisch geboord.

__________________________
__________________________

Renaissance

Elk instrument werd gemaakt in families (afkomstig uit de vocale muziek):sopraan-alt-tenor-bas.
Martin Agricola (1486-1556) beschrijft in zijn "Musica instrumentalis deudsch"[1528] een frase voor 4 Schweitzer-Pfeiffen in 4 stemmen: de hoge discantfluit,
de alt-,tenor- en basfluit.
Voor 1400 dienden de instrumenten hoofdzakelijk als begeleiding in de vocale muziek.
Tijdens de overgang van polyfonie naar monodie (voor 1600 wordt de menselijke stem (als solist) als ideaal beschouwd.
Dit i.v.m.persoonlijke uitdrukking van emoties met grote tegenstellingen.
De instrumenten werden gebruikt in nieuwe, instrumentale vormen, zoals zelfstandige komposities voor orkest ("Canzone da sonar", kort na 1580 in Venetixeb ontstaan uit de vocale muziek zonder cantus firmus).

__________________________
__________________________

17e en 18e eeuw

Marin Mersenne beschrijft in Harmonie Universelle"(1636) twee dwarsfluiten ("Flxfbtes d’Allemand"), gestemd in D en G.
Tevens beschrijft hij de afwezigheid van kleppen en betoogde voor de verdere ontwikkeling van de dwarsfluit als een chromatisch instrument.
Dit kon volgens Mersenne met behulp van kleppen en hij maakte een tekening met de vorm van de klep en de veer.

Eind 17e eeuw ontstaat de Barokfluit in Frankrijk in de ateliers rond het hof van Lodewijk de 14e.

De chromatische tussentonen op de dwarsfluit werden verkregen d.m.v. vorkgrepen (bv. ges als g= links 3 gaten dicht, plus e- en fis-gat gesloten).
Voor dis/es was geen vorkgreep mogelijk, maar xb11660 boorde men een gat tussen de D en het uiteinde van de fluit. Hier werd een gesloten klep op geplaatst.
Uitvinding door Philibert, naar voorbeeld van de dubbelrietinstrumenten.

Belangrijk voor de ontwikkeling van de blaasinstrumenten was de familie Hotteterre:
vader Henrie en de zoons Jean, Nicolas en Jacques "Le Romain".

Jacques Hotteterre "Le Romain" (xb1 1680-xb1 1761): Introduceerde de fluit met 1 klep en bestaande uit 3 delen.
De boring werd veranderd in conisch, maar de kop bleef cylindrisch.
De toongaten werden dichter bij elkaar geplaatst en kleiner gemaakt.
Hotteterre schreef de eerste fluitmethode:
"Principes de la Flxfbte Traversixe8re,ou Flxfbte d’Allemagne"(1707).

Omvang volgens "Principes..": d1 – e3, plus enkele "geforceerde" noten tot g3.
F3 komt niet voor in de grepentabel omdat deze, volgens Hotteterre, niet te spelen was.
Op de latere typen met een klep eas deze wel te spelen.
Rond 1722 werden er pogingen gedaan om de omvang van de fluit in de laagte uit te breiden.

Johann Joachim Quantz (1697-1773) bezat zo’n fluit, gemaakt door Biglioni uit Rome.
De voet van de fluit werd verlengd en bezat een openstaande klep om de cis 1 te produceren.
Volgens Quantz was de toegevoegde lengte nadelig voor toon en intonatie.
Deze lage tonen werden tot aan de Franse Revolutie (1789) bijna niet gebruikt.
Quantz schreef een belangrijk boek:
"Versuch einer Anweisung, die Flxf6te traversiere zu spielen"(1752).

De 18e eeuwse fluit had aan het eind van het kopstuk een gewone kurken plug.
Deze plug kon, naar gelang de gewenste intonatie, uitgetrokken of ingeduwd worden.
Om dit gemakkelijker te maken werd de kurk uitgebreid met een schroef: de Kurkschroef.
Ongeveer tegelijkertijd (xb1 1720) werd de fluit verdeeld in 4 delen, waarvan het bovenste middendeel verwisselbaar was:"corps de rxe9change".
Drie verwisselbare onderdelen waren gebruikelijk (de kortste een xbd toon hoger dan de langste).
Toen de toonhoogte steeg werden er nog 3 bijgevoegd.
De verschillen in oktaafintonatie, die door de verwisselbare onderdelen ontstonden, werden d.m.v. de kurkschroef hersteld.
Kort na deze veranderingen kwam het zgn. "Register".
Dit regelde de onderlinge stemming van het laagste deel van de fluit en het voetstuk.
Het bestond uit een 2-delig voetstuk, waarvan de lengte gevarixeberd kon worden. (Door Mahaut toegeschreven aan Buffardin,
terwijl Quantz het als zijn uitvinding beschouwde).
Het "Register" werd later de moderne stemschuif.

In 1726 verdubbelde Quantz het 7e gat en bracht naast de Dis-klep een Es-klep aan.
Dit om het verschil tussen Dis en Es te laten horen.
Deze vernieuwing kwam niet algemeen in gebruik omdat de gelijkzwevende stemming in de 18e eeuw steeds meer terrein won.

Door de gelijkzwevende stemming kwamen veel vorkgrepen te vervallen.
De mogelijkheid voor een geheel chromatisch kleppenmechanisme werd geopperd door Tromlitz.
In de 2e helft van de 18e eeuw begint de "mechanische"- i.p.v. de puur akoestische benadering van de intonatieproblemen.
De akoestische benadering komt pas bij Bxf6hm sterk terug.

Fluit met 4 kleppen: Iets voor 1760 werden er 3 kleppen bij de bestaande klep toegevoegd; gis, bes, f.
Wie deze kleppen het eerst heeft aangebracht is nog steeds omstreden.
Of Tacet, Florio, Potter in Engeland of Tromlitz, Petersen in Duitsland.
Tot aan de fluit met 4 kleppen werd het instrument zowel rechts als links bespeeld.

Fluit met 6 kleppen: Rond 1774 werd het idee van de C-voet uit het begin van de 18e eeuw uitgevoerd.
De fluit werd xb1 5 cm. langer en er werden 2 gaten in de voet geboord met open kleppen.(De pink bediende nu: dis, c, cis).
W.A.Mozart schreef het konsert voor fluit en harp met hierin een lage C.
De fluit met 6 kleppen was gedurende de tijd van Beethoven bij professionele spelers in gebruik.

Fluit met 7 kleppen: In 1782 werd er een gesloten klep voor C2 toegevoegd.
Deze klep werd door de wijsvinger van de rechterhand bediend.
De nieuwe kleppen werden eerst alleen gebruikt voor trillers en intonatie in langzame delen.
Tussen 1785 en 1790 werden ze algemeen aanvaard.

Fluit met 8 kleppen: J.G.Tromlitz (1725-1805) introduceerde in 1800 het overbrengsysteem op de bestaande f-klep (=lange f), bediend door de pink van de linkerhand.
Op de 4 t/m 7-kleppen fluit was het moeilijk voor de ringvinger (r.h.) van het e-gat naar het f-gat te brengen, waardoor de bindingen f-d en f-dis niet mogelijk waren.

Tromlitz’ meest interessante idee, hoewel in praktijk niet gerealiseerd, was een schema voor een kleppenloze fluit.
Hij gaf toe dat het grote moeilijkheden gaf voor bepaalde grepen, maar zijn schema is van historische waarde omdat het de kiem bevat van xe9xe9n van de belangrijkste concepten van de theorie van het fluitspel: Het"open-kleppen"systeem.

__________________________
__________________________

Eerste helft 19e eeuw

Omstreeks 1800 zijn alle chromatische gaten geboord en heeft de fluit 8 kleppen.
In de eerste helft van de 19e eeuw bereikte de fluit als soloinstrument de top van zijn populariteit en de mogelijkheden voor de fluit in het orkest
werden beter begrepen en onderzocht.
I.v.m. de vele kleppen en het lekken daarvan gaven vooraanstaande fluitisten (Fxfcrstenau, Devienne en Tromlitz) de voorkeur aan het Quantz-type.
Vanaf de Hotteterre-fluit tot 1815 zijn de toongaten kleiner geworden en hebben zij een variabele grootte.

Vernieuwingen

1803: Pottgieser probeerde de maat van de toongaten even groot te maken en wees op de noodzaak van korrekte, akoestische plaatsing van de gaten,
onafhankelijk van de lengte van de vingers. (Toongaten werden recht, scheef, groot en klein geboord. Dit n.a.v. bereikbaarheid en zuiverheid).

1808: F.Nolan – uitvinding van de ringklep.
Dit is een klep, verbonden met een "bril" rond een vingergat, waardoor beide of de klep alleen bediend kan worden.

1811: C.M.von Weber beschrijft de fluit van Johann Nepomuk Kapeller, hofmusicus in Mxfcnchen en leraar van Bxf6hm.
Tot de mechanische vernieuwingen behoorde een extra trillerklep voor D2, die ook nu nog op de Bxf6hmfluit voorkomt.
Tevens had deze fluit een verplaatsbaar mondgat, waardoor de toonhoogte van het instrument snel veranderd kon worden.

1820: Rond deze tijd experimenteerde de Engelse fluitist Charles Nicholson met grotere toongaten en een grotere embouchure-opening.
Gestimuleerd door het krachtige geluid van deze fluitist werd er aangedrongen op een nieuwe aanpak van de akoestiek van het instrument:
een regelmatige sterkte en juiste intonatie was het doel.
Het grotere mondgat (10×12 mm) zal ook een reden hebben gehad in het aanpassen van de toon aan het zich langzamerhand uitbreidende orkest.

1824: Pottgieser stelde de grootte van de toongaten op 6,4 mm, behalve voor Cis1 en D1: 7,9 mm.
Hij vond de ringpolsterklep uit waarmee een gat gedeeltelijk kon worden gesloten.

———————————————–

De eerste 30 jaar van de 19e eeuw werd gekenmerkt door een vergroting van het toonbereik van de fluit in beide richtingen.
Ondanks alle vernieuwingen was de fluit nog steeds niet perfekt:
- intonatieproblemen door "willekeurige" plaatsing van de toongaten,
- ondanks de toevoeging van chromatische toongaten toch nog vorkgrepen,
- nog steeds lekkende kleppen,
- onvoldoende spanning op de veren van de gesloten kleppen resulteerden in toonverlies.

__________________________
__________________________

De Bxf6hmfluit

Waarschijnlijk voor de eerste keer in de geschiedenis hadden solisten op blaasinstrumenten in het begin van de 19e eeuw een positie bereikt,
gelijk aan hun collega’s met strijkinstrumenten.
Virtuoze solisten, zoals Drouet, Demersseman, Berbiguier en Nicholson speelden door geheel Europa.
Uitgevers gaven speciale tijdschriften uit die fluitmuziek, kritieken en berichten bevatten.

Theobald Bxf6hm (1794-1881) bracht in 1829 zijn eerste belangrijke veranderingen aan:
- bevestiging van de kleppen op verhogingen,
- lengteassen voor het bevestigen van de kleppen.

Bxf6hmfluit uit 1831: Toongaten voor a, g, fis, f en e werden lager geplaatst i.v.m. akoestisch juiste plaats.

Bxf6hmfluit uit 1832: Chromatische fluit met 2 extra toongaten (De tonen Fis-1 en 2 konden vanaf nu met de middelvinger van de rechterhand bediend worden).
De toongaten werden groter gemaakt en de fluit had een open-kleppen systeem.
"Om een heldere en sterkere toon te krijgen is het noodzakelijk dat de gaten onder degene die klinkt open blijven,
   omdat de samengeperste lucht in het onderste gedeelte van de buis geneigd is de tonen lager te laten klinken".
Bxf6hm maakte gebruik van 2 uitvindingen om de 14 toongaten met 9 vingers te kunnen bedienen :
- De ringkleppen van Nolan en de horizontale assen. De vingers bleven nu op hun plaats, behalve de pink van de rechterhand.
- Stemschuif werd verwijderd en vervangen door enkele zilveren ringen in de kop.

Wijzigingen aan de Bxf6hmfluit werden aangebracht door:
   - Auguste Buffet: monteerde naaldveren op blaasinstrumenten (xb1 1837)
   - Vincent Dorus: gesloten gis-klep (1838).

Bxf6hm vroeg zich af waarom de fluit, in tegenstelling tot andere conisch gebouwde instrumenten, aan de breedste kant werd bespeeld en
bestudeerde daarom in 1846 en ’47 de akoestische verschijnselen bij C.von Schafhxe4utl.
In 1846 begon hij ook te experimenteren met metalen fluiten (koper en zilver).

Bxf6hmfluit uit 1847: Cylindrisch gebouwd – de kop conisch parabolisch (= omgekeerd conisch) – dichte kleppen.
De conisch-parabolische bouw van het kopstuk heeft een belangrijk effekt op de toon en de relatieve intonatie van de oktaven.
De diameter van de cylindrische boring is 19 mm. Bxf6hm probeerde 20 mm, waarbij het eerste en tweede oktaaf mooi van toon was en een goed volume had.
Het derde had dan echter een slechte toon en een moeilijke intonatie. Stemming A=435.

In 1847 verkocht Bxf6hm de rechten aan Rudall & Rose in Londen en voor Frankrijk aan C.Godfroy en Louis Lot.
De Fransen introduceerden opnieuw de open kleppen voor a, g, fis, e en d. (="openkleppen-" of "Franse" fluit).

In 1849 ontwierp Briccialdi een tweede manier voor de bes-greep (bediend door de duim van de linkerhand).

__________________________
__________________________

De 19e eeuw na Bxf6hm

De geschiedenis van de fluit in de 19e eeuw is zeer verwarrend.
Bxf6hm ondervond in Duitsland grote tegenstand. In Frankrijk werd Bxf6hm’s fluit algemeen aanvaard. Tevens in Engeland waar het verder werd afgewerkt.
Hoewel de cylindrisch gebouwde fluit van Bxf6hm uit 1847 de belangrijkste basis is voor de huidige fluit, is er sinds die tijd nog veel veranderd en gexebxperimenteerd:
- Geheel nieuwe modellen (C.Wart – J.Clinton),
- Toevoegingen en veranderingen aan de cylindrische fluit (Rockstro – Radcliff),
- Verdere ontwikkeling van de traditionele conische fluit (Schwedler-Kruspe fluit,1895).

Een voorbeeld van de experimenten uit de 19e eeuw geeft de katalogus uit 1895 van Rudall, Carte&Co.
In deze katalogus komen 8 verschillende vingersystemen en 118 bouwvariaties voor.

_________________________
__________________________

20e eeuw

In 1900 was de Bxf6hmfluit bijna gestandaardiseerd.
In de 20e eeuw viel de nadruk van de bouwers op het gebruik van verschillende materialen en enkele toegevoegde kleppen.
Er waren ook zgn. "naamsystemen", maar dit waren bijna allemaal gewijzigde Bxf6hmsystemen.
Met uitzondering van de Murray-fluit (vanaf 1948 vervaardigd in samenwerking met A.Cooper) hebben deze systemen niet overleefd.

- Borne-Julliot systeem: o.a. extra verbindingvoor e3 (e-mechaniek).

- C.V.Laubxe9: in 1909 extra cis-gat tussen de kleine c-d trillerklepjes en de duim van de linkerhand ; nu algemeen bekend als de "hoge g-a triller".

- Cooper Scale (1973): Ontworpen door Albert Cooper om de grootte van de toongaten aan te passen aan de afwijkingen van de intervallen.
    De traditionele fluit had volgens Cooper een "wijd oktaaf", d.w.z. C1 was te laag en C2 te hoog in verhouding met A1.
    Dit kwam omdat de toonladder bij het bouwen van fluiten gebaseerd was op de toonhoogte A=440 en niet veranderd t.o.v. de moderne toonhoogte.
    Toongaten voor C1 en C2 werden veranderd t.o.v. A1.
    Resultaat: een kortere oktaaflengte. Enkele gaten werden vergroot i.v.m. een beter 3e oktaaf.

De standaard Bxf6hm-voet gaat tot C1, maar er is een gebruikelijke uitbreiding tot b door toevoeging van een extra klep.

_________________________

Piccolo

Piccolo is de niet geheel juiste, maar wel veel gebruikte naam voor de "kleine fluit".
De piccolo klinkt 1 oktaaf hoger dan de C-fluit [= de gewone dwarsfluit].
Omvang is d2 tot e4 .

Altfluit

De altfluit is een "transponerend" instrument. De fluit klinkt een kwart lager.
Het instrument is iets langer dan de dwarsfluit.

Basfluit

De basfluit is een "octaverend" instrument. Hij klinkt een octaaf lager dan de dwarsfluit.
De lengte van de buis werd te lang om de basfluit op een normale manier te bespelen.
Dit is opgelost door het bovenste gedeelte, waar het mondgat zich bevind, U-vormig terug te buigen.

5 June 2008
By on 11:33